Nicolaas Engel van de Stadt, [362] (27/8/1892 - 8/1/1978)



     [Bronnen: Tekst en foto uit: een bewaard gebleven notitie boekje.]

Revue, voor te dragen
door J.M. v. Heijningen en N.E. v.d. Stadt
ter gelegenheid van het 25 Jarig Bestaan
der Zaandamsche Cricket Club
„Albion” (1885 − 1910)


Het betreft hier waarschijnlijk Nicolaas Engel van de Stadt, 227.2, 1892 − 1972, tweede zoon van Willem van de Stadt (227) en kleinzoon van Engel van de Stadt (22) en M.C. van Heijningen

Uit de historische beschrijving door Ruud Meijns van de Cricket Club „Albion” op internet (https://www.historisch-zaandam.nl/cricket-club-albion/): „1910 is het jaar van het zilveren jubileum dat gevierd wordt met een ‘Soiré Varié in café Suisse.” en „De familie v.d. Stadt was altijd goed vertegenwoordigd in de elftallen, zo zelfs dat in 1913 een v.d. Stadt elftal tegen de rest van Albion kon spelen.”
Uit foto onderschriften in diezelfde beschrijving is af te leiden dat andere actieve familieleden van de Club waarschijnlijk zijn geweest: Engel van de Stadt, 221.1, 1870-1932 Eduard Karel Hendrik van de Stadt, 221.5, 1877-1934

Wijze: Lotgevallen van een Kamerlid.
        1.
Het was het jaar 85, Dat in ons veelgeliefd Zaandam
Een baby ’t levenslicht aanschouwde En Cricketend ter wereld kwam.
Het was een welgeschapen kindje, Bekijk daarvoor maar eens ’t portret,
Dat we achter op het feestprogramma In drukinkt hebben neergezet!
        2.
In ’t veld werd bij een houtzaagmolen Het wiegje zachtjes neergezet.
Daar bracht het door z’n eerste weken En speelde het van tijd tot tijd.
Van kinkhoest, mazelen, waterpokken Had de jong geborene geen last,
Maar werd door and’re kinderrampen In ’t eerst van zijn bestaan verrast
        3.
Zoals hier altijd voor nieuwen dingen De kop heel gauw wordt ingedrukt,
Zoo was men lang niet ingenomen, Was lang niet met dat wicht verrukt.
Dat toonde al de Zaansche straatjeugd, Die gooide het met zand en git
En ’t kindje werd de deur gewezen, Het stond op straat voordat men ’t wist.
        4.
Maar Simonsz, Brat en Piet de Lange En Docter Engel van de Stadt,
                 (Dr. Engel van de Stadt, Kzn., [221.1] 1870-1932)
Die lui die wouen liever hangen Dan over den kop doen gaan hun schat.
Ze deden ’t in een kinderwagen En doopten het toen Albion
En gingen aan den Raad toen vragen, Of die ’t een plaatsje geven kon.
        5.
De burcht, die werd toen aangewezen Als hun voorloopig speelterrein;
Wanneer het om 5 uur goed weer was Moest ieder daar om 5 uur zijn!
Was je daar dan niet op tijd aanwezig, Dan gaf je een dubje in de kas,
Dat was een groote ijz’ren spaarpot Die een pillegift van Oostmeyer was.
                 (pillegift = doopgeschenk)
        6.
We telden toen al 14 leden, En Heer de Boer was eerelid,
Het aantal donateurs was 40, Waarvan er menig hier nog zit.
Er zijn er nog die 50 centen, Betalen voor hun lidmaatschap,
Maar ik hoop voor onze penningmeester Dat ’t heel gauw uit is met die grap!
        7.
Toen Albion d’aanvallige leeftijd Van reeds 5 jaren had bereikt,
Toen werd het door de Zaansche schoonen Met een keurig vaandeltje verrijkt.
Vraag dat aan vaandrig Jan van Wessem, ’k geloof ik zag hem net nog hier
Wanneer-ie ’t dingetje maar aankijkt, Dan tintelen z’n oogjes van plezier.
        8.
Voor de week’lijkse vergaderingen Vroeg men het gymnastieklokaal,
Het aantal te bespreken dingen, Was in die dagen kolossaal.
Maar om dat zaakje aan te vragen, Moet men naar het hoofd der schutterij.
Ze durfden het bijna niet te vragen Aan zoo’n heele hooge Piet als hij.
        9.

|| Terug naar andere verhalen. ||

Deze tekst werd toegevoegd op 14 febr 2022.