olieverf portret door Jozef Israels Mr. Jan van de Stadt, IVb12a, (5/7/1776 - 19/12/1859)

Proefschrift "Het testament van een soldaat".


[Bronnen: "Engel van de Stadt, 1746-1819, zijn voor- en nageslacht", uitg. Stols, 1951;
         Jans' proefschrift voor de Juridische faculteit van de Utrechtse Universiteit, 12 juli 1793;
         vertaling uit het Latijn door Egge Tijsseling uit IJmuiden.]

     "Jan van de Stadt moet een zeer begaafde leerling geweest zijn, want nadat hij de Latijnse school te Amsterdam doorlopen had, werd hij op 24 October 1791 [15 jaar oud] als student in de rechten aan de Universiteit te Leiden ingeschreven.
     Met zijn studie in de rechten moet hij vrijwel klaar geweest zijn, toen hij in 1793 de Leidse Universiteit verliet om zich te laten inschrijven aan de Universiteit te Utrecht. Reeds op 12 Juli 1793 (toen hij amper 17 jaren oud was) promoveerde hij op een dissertatie met de titel "De Testamento Militis" tot Doctor in de rechten."

     Hierna volgen de titel pagina, de eerste twee bladzijden, het slot en de stellingen van het proefschrift. Steeds staat links de oorspronkelijke tekst, rechts de vertaling van Egge Tijsseling.



titel proefschrift


Plechtige Juridische Dissertatie
over
“Het Testament van een Soldaat”,
door
Jan van de Stadt,
Nederlander uit Amsterdam,
onder leiding van de driewerf uitstekende en zeer grote God,
en op gezag van de rector-magnificus
Henricus Joannes Arntzenius,
doctor in beide soorten recht, kerkelijk en wereldlijk,
en ook gewoon hoogleraar in het volkenrecht,
en ook
met instemming van de voltallige academische senaat
en ingevolge het besluit van de zeer edele juridische faculteit,
ter verkrijging van de graad van doctor
en om de hoogste (eer)ambten en privileges in beide
soorten van recht plechtig en legitiem te bereiken,
aangeboden aan een schare geleerden.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
In het jaar des Heren 12 juli 1793. Hora LocoQue Sueto (op gewone tijd en plaats).
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Utrecht, uitgeverij Wilhelmus van IJzerworst,
typograaf van de Academie, 1793.



titel proefschrift

Pag. 1.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Plechtige
J u r i d i s c h e
Dissertatie
over
Het testament van een soldaat.

§. 1. Dat woorden vooraf/voorwoorden tot een gewoonte geworden zijn, weet iedereen; dat een gewoonte echter een tweede natuur is, ontkent niemand; maar ik wil zo vaak opgewarmde zaken niet opnieuw opwarmen, ik laat natuur en gewoonte achterwege en vat meteen het werk aan.
     §. 2. Een militair testament is wat door een soldaat, opgenomen in de afdelingen, is opgesteld tijdens een veldtocht, volgens het militaire recht; immers alleen soldaten is een dergelijk voorrecht vergund, een testament te maken, op grond waarvan men terdege moet weten wie volgens ons recht een soldaat genoemd wordt.

§. 3.



titel proefschrift      Pag 2. Juridische dissertatie

§. 3. We kunnen een soldaat definiëren als een persoon, geworven door het openbare gezag, die een eed heeft afgelegd, die opgenomen is onder de aantallen (soldaten), en die soldij verdient.
     Ik heb gezegd dat een soldaat een “persoon” is, “geworven door het openbaar gezag”; soldaten worden immers geworven voor het gemeenschappelijk belang van het verdedigen van het vaderland en om vijanden vandaar te verdrijven. Het is echter niet van belang van welke waardigheid of rang iemand is. Immers zowel een commandant als een gewoon soldaat kan in gelijke mate een testament volgens het militaire recht laten opmaken; ze genieten namelijk hetzelfde recht, en de een heeft niet iets meer, of de ander iets minder van het recht (Wet 20 en volgende t.a.v. het militaire testament); bovendien wordt geen enkel onderscheid toegelaten, of zijn inspanningen heeft geleverd voor de zee- of landmacht, omdat zeelui en roeiers, die arbeid leveren op oorlogsschepen, dit privilege genieten: Bijzondere Wet, par. 1 en volgende over het bezit van goederen op grond van een militair testament.
     De reden is evident, dat zij, evenals landsoldaten, blootgesteld zijn aan levensgevaar, en arbeid leveren.
     Dat iemand echter onder de aantallen is opgenomen, wordt noodzakelijkerwijze gevraagd; d.w.z. zijn naam moet uiteindelijk als die van een soldaat onder de anderen zijn opgenomen; het gevolg daarvan is dat, als iemand pas als recruut geworven is (onder wie de jongemannen verstaan moeten worden, die op staatskosten getraind werden om de wapens te dragen, men zie Wet 42 en volgende over het militaire testament) en toch niet onder de aantallen opgenomen is, hij geen testament kan maken volgens het militaire recht.
     Soldaat echter wordt hij genoemd, die de eed al heeft afgelegd, die een eed was, die van soldaten, wanneer ze onder de aantallen waren vermeld, gevraagd werd, waarmee ze beloofden dat ze trouw zouden gehoorzamen aan de bevelen van de keizer.

Maar



titel proefschrift
     Pag 22. Juridische dissertatie

.... waardoor hij tot erfgenaam was aangesteld, treedt pas na een jaar op, of zal dat testament geldig zijn of minder (geldig)?
     Het zal zeker geldig zijn; de reden daarvan is dat de voorwaarden, bepaald in het testament, wanneer ze ook maar aan de dag treden, worden achtergehouden tot de dood van de erflater, zie par. 3.I. over het militaire testament, Wet 11 (of 2, indien het hier gaat om Romeinse cijfers), par. 1: “wie vermogend is betreffende een onderpand”, Wet 26 en volgende over de principes der voorwaarden.
Dit nu over het ontslag (uit militaire dienst) om gezondheidsredenen en over het eervol ontslag.
     Blijft over dat we kijken naar wat er aan recht is in het oneervol ontslag; als immers een soldaat oneervol is ontslagen, verliest hij terstond al zijn rechten en voorrechten, en wordt hij aangemerkt met “schande jegens het Recht”. Wet 1: Beginselen etc. aangaande hen die met “schande” worden aangemerkt.
     Meer over deze zeer rijke materie behandelen, verdraagt de geest niet, opdat ik niet door mijn wijdlopigheid de welwillende lezers een afkeer bezorg.
     Ik maak dus een einde aan deze dissertatie, terwijl ik bij herhaling mijn lezers vraag, dat u die dingen die soms minder nauwkeurig beschreven zijn, niet wilt toeschrijven aan onverschilligheid, maar eerder, overeenkomstig uw menselijkheid, aan mijn jeugd en aan de benauwdheid der tijd.

TOT ZOVER.

Stellingen



titel proefschrift

Juridische thesen.


I.

Over halsmisdrijven een vergelijk treffen is niet toegestaan, hoewel het een beklaagde, die onderhandelt over een misdaad, die een bloedstraf tot gevolg heeft, vergeven wordt.

II.

Bij de misdaad van het afdrijven van een kind lijkt een onderscheid tussen een levend en een niet levend kind volgens het Burgerlijk Recht niet toegestaan te zijn.

III.

De waarheid van een beschimping scheldt vrij van straf voor beledigingen.

IV.

De verpachter van een landelijk stuk grond heeft geen geheime hypotheek op aangevoerde en ingevoerde zaken.

V.

Het staat vrij tot een vergelijk te komen over testamentaire conflicten, ook zonder dat de stukken van het testament zijn ingezien.

VI.





titel proefschrift

Juridische thesen.


VI.

Het is niet geoorloofd tegen de uitspraak van een door partijen gekozen scheidsrechter in beroep te gaan.

VII.

Aan een onterfde zoon wordt van rechtswege door zijn vader bij testament een voogd gegeven.

VIII.

Renten bij uitspraken t.a.v. een geschonden recht zijn niet verschuldigd, tenzij op grond van een contract.









|| Terug naar andere verhalen. ||

Dit verhaal werd toegevoegd: 17 juni 2011.