Toespraak waarmee Engel van de Stadt afscheid nam
         van de Municipaliteit van Oost-Zaandam, in April 1797


     [Bron: „Engel van de Stadt, zijn voor- & nageslacht” uit 1951, p141]

     Begin 1795 bezetten de Fransen ons land. De Republiek der Verenigde Nederlanden houdt dan op te bestaan en wordt vervangen door de Bataafse Republiek. Voor patriotten, zoals Engel, was de komst der Fransen een verlossing van het oude regime, p137. Het Patriotisme in de Zaanstreek is niet in de eerste plaats anti-Oranje, maar democratisch en anti-aristocratisch.

     Engel was al lid van de Municipaliteit van Oost-Zaandam, toen hij in 1797 tot plaatsvervangend lid voor het district Oostzaan en Waterland in het Proviniaal Bestuur werd verkozen, waardoor hij afscheid moest nemen van de Municipaliteit. Zijn afscheidstoespraak heeft hij in zijn keurig handschrift opgeschreven en wordt hier afgebeeld. Het kan gezien worden als zijn politieke belijdenis, p 141.


     Geachte Mede Burgers ! .

Daar het belang en welstand deezez Burgerij mijn altoos heeft
aan ’t Hart gelegen. en waartoe ik zoo veel mijn gering vermogen
toeliet het mijne heb toegebracht,
   Kan ik niet ontveinsen dat ik met aandoening deesen mijnen
Zeedert bijna 20 Jaar Bekleeden post verlaat,
   Dan Vrienden de oorsaak is U(Lieden) allen Bekent en de Verkiesing
in het Provinciaal Committe had mij reeds in ’t voorgaande Jaar
ontslagen − maar de lust tot medewerking voor den Welstand dezer
Burgerij − en U(Lieden) vriendelijke Zameleeving hebben mij toen bewogen
Om den Last met U(Lieden) te Blijven dragen,
   Dan nu is dat voorbij en ik moet om aan de Gewichtige belangens
Van ’t geheele volk van Holland te Arbeiden. U(Lieden) Verlaaten
   Ik kan niet voorbij U(Lieden) van mijn Persoonele vriendschap te
Verseekeren. en dezelven voor mij en de mijne te versoeken,
   en wenschen dat U(Lieden) werkzaamheid en deliberatien alleen en
altoos het Heil van deeze Burgerij ten doel sullen hebben,
   dat belangeloose ijver in U(Lieden) steeds de trekken zullen opleeveren,
van waare Beminnaars van orde en Regt,
   dat eenheid in U(Lieden) deliberatien sal gevonden worden − en
   dat Uwe Besluiten de kenmerken sullen dragen van onpartijdig”
heid en waare volksliefde,
   dat allen beschikkingen en veranderingen, die voorhanden sijn
door U(Lieden) voorsigtige handelwijs eene sagte en soo gemakkelijk
mogelijk overgang verkrijgen, waardoor de rust en eenheid (zoo
hoog nodig) zal bevordert worden,
   En dat U(Lieden) Besluiten Steeds op zoodanig een Grondslag sullen
Gelegt worden, dat deselven door het volk ge eerbiedigt en nagekomen werden,
   Hierdoor meedeburgers zult gij(Lieden) een Genoegen smaken dat
rijkelijk teegen de moeijelijkheid der zaak zal opwegen,
   Hierdoor sult gij(Lieden) ’t vertrouwen des volks meer & meer wennen
En met genoegen ’t Elkens tot uwe huijsen weederkeeren,
   En dat dit het deel uwer moeijelijken Arbeijd zijn sal is
Mijn hartelijke wensch

   Ik ga dus heen in goed vertrouwe, en verlaat U(Lieden) Vergadering
maar niet Uwe vriendschap en na Aanbeveling en gods
Heijlige Protectie Blijf ik Uw vriend & meedeburger,

Engel van de Stadt      

Oostzaandam op ’t huijs
Der Gemeenten den     April 1797

A(nno) 3 (jaar) der B(ataafsche) V(rijheid)

|| Terug naar verhalen. ||

Dit verhaal werd toegevoegd: 10 jan 2021.