Doorijzing van het NoordHollands kanaal nabij Purmerend,
op 9 Januari 1830.


     [Bron: Kris Kras door de zaanstreek, Aflevering 279.]

Doorijzing van het NoordHollands kanaal.

Voorstelling der door-ijzing van eenige koopvaardij-schepen, door het Groot Noord-Hollansch kanaal nabij Purmerende op den 9 Januarij 1830.
Opgedragen aan de gezamentlijke reeders dier schepen.

Namen der Schepen
De Louiza Agatha...................De Maria en Jacoba................
.....Willem Ernst...........................Welvaart............................
......Jonge Lodewijk Anthonie.......Diana................................
......Wilhelmina en Maria...............Twee Gebroeders.............

Namen der Heeren Reeders
De heer K.J. van Beeck Vollenhoven..De Heeren Buijs de Bordes & Jordan
.....De......Nederl Scheepsreederij......De Heer.....I. Schumacher.................
De Heeren I. Brentint & Zoon............De Heeren..J.A. Westerloo & Comp.
.................Insinger & Comp...............................H & C van de Stadt..........


     De winter van 1830 was lang en streng. In die tijd, waarin verkeer nog voornamelijk over water ging, gaf dat ogenblikkelijk problemen. Klein transport kon gewoon doorgaan, over het ijs. En dat zou nog lang zo blijven.
     Uit de jaren '50 van de 20ste eeuw zijn nog foto's bekend van houtwerkers die op de schaats met balken beladen sleden voortduwen. En Zaanse kooplieden die naar Amsterdam moesten namen bij ijs in het IJ dan eens niet de veerschuit, maar pakten hun ijsschuitjes. Die met behulp van een zeil voortgaande schuitjes konden een verbazingwekkende snelheid bereiken.
     Er is een anekdote over een in Amsterdam gestrande Duitser die naar de Zaanstreek moest. Maar de veerschuiten waren uit de vaart. Een Zaans koopman bood hem een lift aan in zijn ijsschuit. "Ga maar onder het voordoffie liggen", beval de Zaankanter de Duitser aan, want zo'n tocht in een ijsschuitje kon een koude bedoening zijn.
     De Duitser kroop weg. "Kom maar weer te voorschijn", zei de Zaankanter onmiddellijk daarna. Toen de Duitser het hoofd weer bovenboord stak, zag hij dat hij in Zaandam was aangekomen. Hij zette het angstig op een lopen. Alleen de duivel had hem zo snel kunnen vervoeren, was zijn overtuiging.

     Op kleine schaal ging het verkeer dus zoveel mogelijk door als sloot of plas bevroren waren. Maar het grootschalige vervoer kwam in de problemen. De gravure (van J.N. Koekkoek) geeft daar een beeld van; zoals de bijbehorende beschrijving luidt: "Door de strengen winter van 1830 werden de koopvaardij-schepen voor Amsterdam bestemd, verhinderd hun

bestemmingsplaats te bereiken. Het ijs in het Noord-Hollandsch Kanaal werd nu opengebroken, dat op deze plaat is voorgesteld, talrijke schaatsenrijders en arresleden bewegen zich om de schepen heen. Bij deze schepen bevond zich het Schip de "Twee Gebroeders" van de reeders Huibert en Cornelis van de Stadt van Zaandam".
     We zijn in deze "kriskras" dus buiten de Zaanstreek geraakt; het tafereel speelt in de nabijheid van Purmerend. Het Noord-Hollands Kanaal, om eens een open deur in te trappen, loopt helemaal niet door de Zaanstreek. Bij de aanleg van het kanaal werd opname van de Zaan in het traject wel bepleit, maar het kwam er niet van. De tegenstand van behoudende Zaankanters die verval van de zeden vreesden met de komst van al dat ruwe scheepsvolk, zal daarbij van weinig invloed zijn geweest. Belangrijker was dat de oevers van de Zaan bebouwd en niet recht waren. Er bestond daardoor dus niet de mogelijkheid jaagpaden aan te leggen, waardoor de Zaan bij tegen- of geen wind minder geschikt was voor grote zeilschepen. Het traject kwam langs Purmerend en Ilpendam te lopen.
     Desondanks profiteerde de Zaanstreek wel van de aanleg van het Groot Noordhollands Kanaal. Vanaf 1849 beijverde een groep industriŽlen uit Wormerveer zich voor verlenging van de Markervaart. In 1850 werd dit Koger Polder Kanaal geopend. In de jaren tussen 1850 en 1885 kwam geregeld meer dan de helft van de voor de Zaanstreek bestemde schepen via dit kanaal. Het noordelijk deel van de streek was tijdelijk als zeehaven even belangrijk als het zuidelijk deel. Na de opening van he Noordzeekanaal (1876) en de verbetering van de Zaandammer Haven (voltooid in 1885) was dat over.

Deze tekst toegevoegd: 18 aug 2008.

|| Terug naar verhalen. ||